
Joe de Koning (54) − eigenlijk heet hij Dick, maar dat is in een Engelstalig land wat lastig – woont sinds afgelopen juni in Harare, de hoofdstad van Zimbabwe. Samen met z’n vrouw Monique (54) werkt hij de komende twee jaar voor Dokters van de Wereld (Médecins du Monde). Zijn missie? Het leiding geven aan een team van (medische) hulpverleners en duurzame zorg voor hulpbehoevenden organiseren.
Joe: ‘Wij hadden heel lang geleden al een plan om nuttig werk in het buitenland te doen. Maar toen kwamen de kinderen, en hebben we dat on hold gezet.’ Inmiddels zijn de kinderen van Joe en Monique volwassen, dus vertrokken ze afgelopen juni naar een van de armste landen van Afrika: Zimbabwe. Een land waar president Mugabe onverzettelijk als een dictator regeert, waar 85% van de bevolking werkeloos is, de levensverwachting rond de 44 jaar is, een op de zeven mensen met hiv besmet is, waar door een absurde inflatie het lokale geld niets meer waard is en waar het gezondheidsstelsel op de rand van de afgrond staat.
Aanpassingsproblemen
De eerste twee maanden in Zimbabwe zijn verwarrend en vermoeidend. Joe: ‘Je bent al je zekerheden kwijt, het land is onbekend, het klimaat is anders, je moet alles vragen.’ Zelfs de taal blijkt een obstakel te zijn, terwijl er veel Engels gesproken wordt. Joe: ‘Ik dacht goed Engels te verstaan en te spreken, maar iedereen spreekt hier met zijn eigen accent. Een Engelsprekende Fransman, Zimbabwaan of Schot is bijvoorbeeld moeilijk te verstaan. En als het dan over organisaties en onderwerpen (veel afkortingen!) gaat waar ik nog nooit van gehoord had, dan had het ook Chinees kunnen zijn. Dat vond ik in het begin een van de moeilijkste dingen: gewoon net zolang doorvragen totdat ik het wel verstond of begreep.’
Maar er zijn ook leuke dingen die een nieuw land met zich meebrengen. Joe: ‘Ik geniet enorm van het land, de mensen, de cultuur, van het feit dat alles anders is dan ik gewend ben en dat ik allerlei dingen opnieuw kan en mag ontdekken. Ik geniet opnieuw van de wittebroodsweken met Monique (al 31 jaren z’n vrouw, SvN), van alle dagen mooi weer en de prachtige kleuren, van veel lezen en muziek luisteren. Het nationale eten, satza, een maïsmeelbrij, met kovo, een groente, en een stuk kip is weer eens wat anders dan de Hollandse keuken. Ook maken we leuke uitstapjes, en staan dan ineens oog in oog met drie witte neushoorns in een wildpark waar we laatst waren. Verder is Harare een boeiende stad. Het heeft wel wat van een tropisch Apeldoorn: brede lanen, parkachtige stukken natuur midden in de stad, wijken met huizen op grote lappen grond, winkelcentra waar je vrijwel alles kunt kopen. Maar er zijn ook wijken met alleen maar krotten en verwaarloosde flats, sommige zonder elektriciteit en waterleiding. Met markten waar iedereen met luide keel zijn waren aanprijst en waar je niets in je zakken moet hebben want anders ben je het kwijt. Waar iedereen aan de kant van de weg van alles en nog wat probeert te verkopen om toch vooral maar een paar van die begeerde dollars te verdienen. ’s Nachts ziet de stad er heel anders uit, vooral de nachten dat er geen elektriciteit is. Dan is de stad één groot zwart gat.
En bij al die verandering is ook het werk nieuw. Jarenlang werkte Joe in de jeugdhulpverlening en de forensische psychiatrie. Eerst als therapeut/orthopedagoog (dat is iemand die zich bezighoudt met de opvoeding van kinderen met leer- en gedragsproblemen), later als directeur van onder andere een justitiële jeugdinrichting. Nu is hij ook ‘directeur’, maar dan van een internationaal team van Dokters van de Wereld, dat met vijf buitenlanders en zo’n vijftig Zimbabwanen aan twee grote projecten werkt. Het ene project gaat over hiv/aidszorg en gezondheidsvoorlichting, de ander over toegang tot goede basisgezondheidszorg (ziekenhuizen ondersteunen, personeel opleiden). Joe houdt zich bezig met het schrijven van subsidieverzoeken voor onder andere Unicef en de EU, belangrijke subsidiënten van de projecten. Hij leidt EU-delegaties rond langs de ziekenhuizen en klinieken die ondersteund worden. Hij treft voorbereidingen voor de volgende cholera-epidemie (die van vorig jaar besmette 100.000 mensen, 4.300 mensen overleden). Hij begeleidt de nieuwe activiteiten (twaalf extra klinieken die door Dokters van de Wereld gesteund gaan worden) en onderzoekt waar en hoe nog meer kwetsbare mensen geholpen kunnen worden.
Hands off
In de hoofdstad heeft het team een ‘Dokters van de Wereldhuis’. Maar de werkelijke zorg wordt geboden in ziekenhuizen en klinieken in het district Chipinge, op 6,5 uur rijden van de hoofdstad.
Medische hulp van internationale organisaties is in het failliete land broodnodig. Maar dan wel op de Dokters van de Wereldmanier: hands off. Joe: ‘Wij voeren het eigenlijke werk niet zelf uit, maar we leiden nationale medewerkers op om het werk te doen. Het is de bedoeling dat we hier tijdelijk zijn, totdat de Zimbabwanen het zelf weer over kunnen nemen. Daarom voeren we alle verbeteringen samen met de overheid uit, zodat we het aan hen over kunnen dragen. Door de jarenlange economische crisis in Zimbabwe zijn heel veel goed opgeleide artsen en verpleegkundigen weggegaan, omdat ze in het buitenland meer kunnen verdienen. In heel Chipinge (350.000 inwoners) zijn nu twee doktoren! Het personeel in de zorg dat is gebleven krijgt bijna geen salaris, dus komt vaak niet opdagen op het werk. Ze werken dan liever in hun groentetuin of hebben een of ander handeltje om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar gelukkig krijgt nu bijna iedereen een bijdrage van ons of van een andere internationale organisatie. Ook de basale voorzieningen in een ziekenhuis zijn nauwelijks aanwezig. Er kan geopereerd worden, maar vraag niet hoe de operatiekamer eruit ziet. En dan valt ook vaak de stroom uit. Daar hebben ze dan wel een generator voor, maar vaak geen geld voor de brandstof daarvoor. Wat ook ongelofelijk is: patiënten moeten bij een operatie zelf voor zakken bloed betalen! Maar bijna niemand heeft een baan, dus geen inkomsten, hoe moeten die mensen dan geholpen worden?’
Aidsproblematiek
Het aidsprobleem in Zimbabwe is enorm. Meer dan een miljoen inwoners zijn hivbesmet, 150.000 mensen zijn al aan aids overleden en er zijn een miljoen aidswezen (nu ben je in Zimbabwe al ‘wees’ als een van je ouders is overleden). Het hiv/aidsproject van Dokters van de Wereld doet veel aan voorlichting. Over aids, maar ook over gezondheid in het algemeen. Dat gebeurt in samenwerking met de zorgverleners in de dorpen, de dorpsoudsten, traditionele genezers, traditionele vroedvrouwen en verpleegkundigen van de klinieken. Medicijnen worden alleen verstrekt aan mensen die een zogenaamde initiatiecursus volgen. Daar wordt verteld over de ziekte, en vooral ook over de dringende noodzaak níet te stoppen met de behandeling. Joe: ‘Het grootste gevaar voor hiv- en aidspatiënten is dat ze zomaar stoppen met de behandeling. Soms omdat ze te ziek zijn om hun medicatie op te halen, of omdat ze zich beter voelen. Maar als ze stoppen met de medicijnen, dan worden ze er resistent tegen. Herstarten met dezelfde behandeling heeft dan geen zin, andere medicijnen zijn er niet of zijn veel te duur, dan worden ze weer ziek en sterven alsnog. Mensen moeten dus echt begrijpen dat ze de rest van hun leven die medicatie moeten slikken en wat het gevaar is als ze er mee stoppen. De hivbesmetting zelf kun je nooit meer ongedaan maken.’ Onderdeel van het project is dan ook het werven en trainen van vrijwilligers die ‘defaulters’ (stoppers) opsporen en patiënten thuis opzoeken en verzorgen. Joe: ‘Daarnaast werken we samen met Grandmothers of Kindness, dat zijn oudere vrouwen die zorgen voor wezen waarvan de ouders gestorven zijn door aids. We zoeken ook naar child headed households, plekken waar aidswezen bij elkaar zijn gaan wonen. We geven hen voorlichting, medische zorg, zoeken begeleiding voor hen in het dorp of de wijk of sturen ze door naar de grootmoeders. Soms betalen we hun schoolgeld, zodat ze nog een toekomst hebben.’
Informeren
Informatie en voorlichting zijn belangrijke middelen in de aanpak van hiv en aids. Dus wordt er op allerlei manieren voorlichting gegeven. Aan jongeren, op scholen, door jongeren, ook door hen die al besmet en onder behandeling zijn en via zogenaamde sensitatiebijeenkomsten. Daarin worden door Dokters van de Wereld opgeleide vrijwilligers verhalen verteld en toneelstukjes opgevoerd over aids en andere soa’s. De Afrikaanse cultuur is een orale cultuur, waarin verhalen vertellen en elkaar informeren heel gebruikelijk zijn. Joe: ‘Maar het is denk ik nog veel complexer. Als er geen remedie is, zoals lang het geval was, of als er wel een remedie is maar die is onbereikbaar, omdat het niet (rgelmatig) aanwezig of te duur is, dan is er ook weinig behoefte om iets van aids te wíllen weten of om te willen weten dat je het hebt. Daarbovenop werkt nog stigmatisering; als mensen weten dat je aids hebt word je vaak buitengesloten. Een van onze chauffeurs stierf onlangs aan een op het eerste oog vrij onschuldige infectie. Zeer waarschijnlijk had hij aids, maar niemand sprak erover.
Met de komst, de bereikbaarheid en het bewezen effect van behandelingsmogelijkheden wil de bevolking wel meer weten over hiv en aids. Ze willen nu meer getest en behandeld worden en zijn ze meer bereid om hun gedrag aan te passen om soa’s waaronder hiv te voorkomen. Het gaat om gedragsverandering, en daar is een lange adem voor nodig.’
Joe en z’n vrouw hebben er in ieder geval twee jaar voor uitgetrokken om de Zimbabwanen te ondersteunen om zichzelf wijzer, bewuster en gezonder te maken. En zelf een prachtige ervaring rijker te worden.
Beschrijving: Joe de Koning (54) − eigenlijk heet hij Dick, maar dat is in een Engelstalig land wat lastig – woont sinds afgelopen juni in Harare, de hoofdstad van Zimbabwe. Samen met z’n vrouw Monique (54) werkt hij de komende twee jaar voor Dokters van de Wereld (Médecins du Monde). Zijn missie? Het leiding geven aan een team van (medische) hulpverleners en duurzame zorg voor hulpbehoevenden organiseren.
Publiceerbaar? Publiceer